Veel huren zijn in 25 jaar met 300% gestegen

26 maart 2026 - Een huurstijging van €300 naar €1.200 in 25 jaar tijd? Dat klinkt onmogelijk, maar helaas is het de realiteit. Met de invoering van de WOZ in de puntentelling zijn de huren extreem gestegen. Toch uiten veel verhuurders flinke kritiek op de Wet Betaalbare Huur. Regulering van de huurprijzen zou voor te weinig rendement zorgen. Maar is dat ook zo? De huurprijzen zijn de afgelopen jaren enorm gestegen. Meer dan genoeg rendement te halen zou je zeggen. We gaan terug in de tijd: het is 2002. Je huurt samen met je partner en jonge kinderen een etagewoning van 51m2 in de Stadionbuurt in Amsterdam Zuid. De woning telt 77 punten en je betaalt €310,70 per maand. Na plaatsing van dubbelglas, het aanleggen van centrale verwarming en de afschaffing van de verouderingsaftrek in 2004 komt de woning uit op 105 punten. Op 1 juli 2010 is de maximale huurprijs €475,45. In 2011 worden, onder de toenmalige minister Donner, de schaarstepunten ingevoerd. In 140 gemeentes krijgen woningen 15 of 25 extra punten. Opnieuw gaat het puntenaantal omhoog. De woning komt op 130 punten, met een maximale huurprijs van €604,68. Toch vinden de verhuurders en de regering dit niet genoeg en het puntenaantal stijgt in 2015 opnieuw. De WOZ neemt zijn intrede in de puntentelling. In ruil daarvoor gaat wel een streep door de (aftrek)punten voor de woonomgeving, hinderlijke situaties, de woonvorm en de schaarstepunten. Toch stijgt de woning naar 167 punten op 1 juli 2016. Dat is gelijk aan een maximale huurprijs van €826,54. De huur is inmiddels hoger dan de liberalisatiegrens. Die stond in 2016 op €710,68. In nog geen 15 jaar is de maximale huurprijs van deze woning met ruim 165% gestegen én de verhuurder kon -bij een nieuwe verhuring- geliberaliseerd verhuren. De verhuurder heeft de woning door de jaren heen aangepast aan de eisen van deze tijd. De woning heeft inmiddels energielabel A en de oude keuken en badkamer zijn vervangen. Geen luxe, maar simpelweg voorzieningen die voldoen aan de eisen van nu, zoals een keuken met ingebouwde kookplaat, oven en afzuigkap en een badkamer met een stopcontact, een douchecabine en een handdoekradiator. Op 1 juli 2024 ging de puntentelling op de schop. Met de invoering van de Wet Betaalbare Huur (WBH) kwam er een nieuwe puntentelling én een middensegment. Woningen tot en met 186 punten, corresponderend met een maximale huurprijs van €1.228,06 (prijs 2026) moeten betaalbaar blijven. Door de stijging van de WOZ en met de nieuwe puntentelling heeft de woning inmiddels 183 punten. De huurprijs mag dan weer gereguleerd zijn, maar ligt wel op een maximum van €1207,46. In minder dan 25 jaar tijd heeft de woning er 106 punten bij gekregen. De maximale huur steeg van €310,70 naar €1.207,46. Dat is een stijging van ruim 285%. Is dat dan nog niet genoeg? Verschillende partijen roepen om een aanpassing van de Wet Betaalbare Huur. De WOZ zou zwaarder moeten meetellen en de aftrek voor het ontbreken van buitenruimte moet worden geschrapt. Allemaal maatregelen om het puntenaantal en daarmee de maximale huurprijs verder te laten stijgen. Wanneer is het genoeg? Het voorbeeld hierboven is geen extreem, maar gaat op voor een groot deel van de woningen in de oude wijken van Amsterdam. Met deze maatregelen komt deze woning in het hoge segment terecht. Een doodnormale etagewoning is zo voor de doorsnee Amsterdammer niet meer te betalen.WOZ
Investering door verhuurder
Wet Betaalbare huur
Wet (on)Betaalbare huur
Artikel delen: