Overlijden huurder

Als de huurder overlijdt zijn de volgende regels van toepassing afhankelijk van de situatie.

Echtgenoten / geregistreerde partners
De huurovereenkomst loopt zonder voorwaarden of veranderingen door voor de echtgenoot of de geregistreerde partner. U kunt normaal op de woning blijven. In het huurcontract verandert er niets.

Medehuurder
Wanneer u niet getrouwd was of geen geregistreerd partnerschap had met de overleden huurder, maar wel samen op het huurcontract staat, dan verandert er ook niets in het huurcontract. De enige extra voorwaarde is dat u eventueel wel een huisvestingsvergunning van de gemeente nodig heeft. Informeert u hiernaar bij uw gemeente.

Nabestaanden
Als er verder niemand anders op de woning woonde dan eindigt de huurovereenkomst 2 volle kalendermaanden na het overlijden van de huurder. Indien de erfgenamen dit willen kan dit vervroegd worden tot 1 kalendermaand. In dat geval kan dit tot 1 dag van tevoren worden doorgegeven aan de verhuurder.

Samenwonenden /  Kinderen / Inwonenden

Wanneer u:

  • met de overledene samenwoonde of bij de overledene inwoonde,
  • en wanneer u niet met de overledene getrouwd was, geen geregistreerd partnerschap had, en u niet samen op het huurcontract staat,
  • dan heeft u niet automatisch het recht om op de woning te blijven.

U kunt in eerste instantie nog maximaal 6 maanden op de woning blijven en neemt voor deze periode het huurcontract over. Als u op de woning wil blijven wonen moet u een verzoek aan de verhuurder doen om het contract op uw naam te krijgen. Als de verhuurder dit weigert, dan kunt u de rechter verzoeken om toestemming. Vraagt u in dat geval juridisch advies. De rechter zal uw verzoek toewijzen als u de aan volgende 4  voorwaarden voldoet:

  • u heeft uw hoofdverblijf op de woning,
  • u had een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overledene,
  • u heeft voldoende inkomen om de huur te betalen,
  • u kunt, indien nodig, een huisvestingsvergunning van de gemeente krijgen.

Voor kinderen die na het overlijden van de ouder(s) op de woning achterblijven zal de rechter het verzoek in principe pas toewijzen als het kind ouder dan ±35 a 40 jaar is. Vaak hebben woningcorporaties of gemeentes wel regels om aan dit soort schrijnende situaties tegemoet te komen. Wint u juridisch advies in en informeert u ook bij uw gemeente.

!WOON