Kabinet wil strengere regels voor scheefhuurders

24 september 2026 - 

Het kabinet wil strengere regels invoeren voor mensen met een relatief hoog inkomen of vermogen die in een sociale huurwoning wonen of daarvoor in aanmerking willen komen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer van 21 september. Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werkt deze omstreden plannen verder uit en verwacht begin 2027 een wetsvoorstel in te dienen.

Hogere huur bij een hoger inkomen

Woningcorporaties moeten huurders met een hoger inkomen straks opnieuw extra huur laten betalen. Afhankelijk van het inkomen kan de huur jaarlijks met €50 of €100 per maand stijgen. Maar echt nieuw is deze maatregel niet. De inkomensafhankelijke huurverhoging bestaat al jaren en wordt door woningcorporaties al toegepast. Wat voegt deze nieuwe aanpassing dan precies toe? En vooral: welk probleem wordt hiermee opgelost dat met het huidige beleid kennelijk niet kan worden aangepakt?

Geen beleidsvrijheid

De overheid bepaalt ieder jaar de maximale huurverhogingen, zowel in percentages als in bedragen. Verhuurders hebben daarbij de ruimte om ervoor te kiezen een lagere verhoging door te voeren. Als de plannen doorgaan, verdwijnt die ruimte voor een grote groep huurders. Daarmee dringt de overheid zich steeds verder op in het huurbeleid van woningcorporaties. Is het werkelijk nodig dat de overheid deze keuzes tot in detail bepaalt, of mogen woningcorporaties nog ruimte houden om een eigen beleid te voeren dat aansluit bij hun huurders en lokale omstandigheden?

Wat is een hoog inkomen?

Wanneer is een inkomen eigenlijk ‘hoog genoeg’ om een inkomensafhankelijke huurverhoging te rechtvaardigen? Bij de huurverhoging kijkt men naar het gezamenlijke huishoudinkomen. Huurders die sinds 2022 de maximale inkomensafhankelijke huurverhoging betaalden, zagen hun huur in 5 jaar tijd al met €500 stijgen, bovenop de inkomensafhankelijke huurverhogingen van de jaren daarvoor. Daarmee rijst de vraag of de maatregel nog wel uitsluitend bedoeld is om scheefwonen tegen te gaan, of dat het in de praktijk vooral een middel is geworden om extra huurinkomsten te genereren.

Ook vermogen telt mee

Het kabinet wil daarnaast een vermogenstoets invoeren bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Wie een middelhoog vermogen heeft, zou een hogere huur kunnen gaan betalen. Wie over een hoog vermogen beschikt, zou niet langer in aanmerking komen voor een sociale huurwoning.

Wie jarenlang zuinig leeft, hard werkt en daardoor een bescheiden vermogen opbouwt, dreigt op deze manier juist te worden benadeeld bij het vinden van een betaalbare huurwoning. Neem iemand die jarenlang heeft gewerkt, zorgvuldig heeft gespaard en inmiddels van AOW en een klein aanvullend pensioen leeft. Als deze persoon op latere leeftijd moet verhuizen naar een geschikte, gelijkvloerse woning, zou een opgebouwd vermogen dan een belemmering kunnen vormen om voor een betaalbare huurwoning in aanmerking te komen? Dan wordt sparen feitelijk een nadeel en wordt iemand die verantwoordelijk met zijn inkomen is omgegaan anders behandeld dan iemand die nauwelijks vermogen heeft opgebouwd. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een beleid dat juist moet zorgen voor betaalbare en passende huisvesting?

Hoe gaat het verder?

De minister werkt de plannen de komende maanden verder uit. Naar verwachting volgt begin 2027 een wetsvoorstel. Daarna moet de Tweede Kamer zich over de plannen buigen.

Houd onze website in de gaten voor de laatste ontwikkelingen.

Artikel delen:

!WOON