Uit de praktijk van het WSWonen, afl VI: Huurders en een VvE

14 juli 2015

In de stadionbuurt is een pand gesplitst. De bovenwoningen zijn verkocht. De gelukkige kopers knappen hun stulpje op en pakken het grondig aan. Niet alleen gaat het er mooi uit zien, maar ook de oude standleiding wordt op die etages vervangen. De huurwoningen eronder houden hun gietijzeren standleiding en een en ander wordt op elkaar aangesloten.
Niets mis met een gietijzeren standleiding, totdat het fout gaat. En zo geschiedde. Er ontstond een lekkage. Hierdoor kan een van de huurders geen gebruik meer maken van zijn keuken zonder dat het gaat lekken bij de buurvrouw. Er werd van diverse zijde door vaklui geconstateerd dat de standleiding ook bij de huurwoningen vervangen moest worden. En toen kwam er binnen de Vereniging van Eigenaren (VvE) onenigheid over de kostenverdeling. De eigenaar-bewoners hadden zelf immers al de standleiding vervangen, waarom zou men meebetalen aan die van de andere woningen van de eigenaar-verhuurder?
Voor de huurder hoort het gebakkelei over de kosten niet uit te maken, onderhoud en beheer is verdisconteerd in de huur. De verhuurder moet natuurlijk gewoon de lekkage verhelpen en de kosten zien te regelen. Wij verwachten overigens dat de verhuurder een sterk punt heeft binnen de VvE. In de meeste splitsingsaktes wordt de standleiding tot het terrein van de VvE gerekend en moet dus de hele VvE meebetalen aan onderhoud ergens in het complex. Dat maakt ook dat je bij aankoop van een woning kritisch moet zijn op de staat van het hele complex én de werking en financiële toestand van de VvE.  Geeft de verkoper je die informatie niet, weet dan dat je een risico neemt. En risico’s hebben hun prijs.
Maar hoe gaat het nu verder met de lekkage? Zoals zo vaak bij dit soort vertragende beheersprocessen zitten de huurders met de gebakken peren. Huurder is geadviseerd om schriftelijk een redelijke termijn voor herstel te geven en desnoods daarna de verhuurder te dagvaarden om tot herstel te komen.

Artikel delen:

!WOON